De 20e eeuw
van de hand van Leo De Nil 1978


Stappen wij nu uit het verleden en kijken wij hoe de Gilde evolueerde sinds de 20ste eeuw.


Uit de verslagen blijkt dat wanneer zij te Brussel in 1905 deelnam aan de stoet ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van 's lands onafhankelijkheid, zij 32 leden telde. Het Gildeleven ging zijn normale gang : onderhoud van Dries en bomen, herstellingen aan de wip en het in rekening brengen van kleine en grote uitgaven plus het in- en uitgaan der gildebroeders die zij « met zijn allen naar het graf droegen » zoals het nu nog in hun Gildelied staat en het geschiedt.
Bij Wereldoorlog I was de toenmalige burgemeester Jozef De Smedt hoofdman der Gilde. In 1915 volgde Leonard Verdoodt hem op. De tijden veranderden en de belangstelling voor de Gilde nam af. De koningsschieting die elk jaar honderden belangstellenden en tientallen kramers naar de Dries lokte verloor aan interesse. De tijd kwam dat, mede door de dorpspolitiek, de Gilde het zwaar te verduren kreeg. Het is dank zij het doorzettingsvermogen van enkelen dat de Gilde toen het hoofd kon boven water houden en haar voortbestaan verzekerde.
Een zeer grote verdienste komt daarbij zeker toe aan Louis Bauwens die hoofdman werd in 1922. Deze geboren Opwijkenaar heeft er ongemeen veel toe bijgedragen dat de Gilde tot nieuwe bloei kwam. Hij zorgde voor het in stand houden der oude gebruiken en bekwam door het aanwerven van nieuwe belangstellende leden dat de toekomst verzekerd bleef. In 1947 gaf hij vrijwillig ontslag en liet de leiding der Gilde aan jongeren over. Eenmaal deze nieuwe generatie aan het werk, kwam Mazels Gilde tot een ongekende ontplooiing die zich nu nog manifesteert.
In 1950 vierde zij haar 400-jarig bestaan. Ter dier gelegenheid werden de Gildebroeders voor het eerste gekleed in « Gildekledij » en namen ze jaar na jaar deel aan de Gildefeesten, achtereenvolgens te Ekeren, Tervuren, Brussel, Haecht, Kampenhout, Bierbeek, Zoutleeuw, Wespelaar, Zichem, Weerde, Diest, Neder-over-Heem­beek en Elewijt.
1962 was het jaar dat door de Hoofdschuttersgilde van Brabant, - waartoe de Gilde in 1955 toetrad - een beroep werd gedaan op de Gilden om iets specifieks eigen aan hun gemeente in de stoeten ter gelegenheid van de Gildefeesten voor te stellen.
Slechts enkelen onder hen beantwoordden deze oproep. Aan Geén Van den Broeck gaf de Gilde opdracht wat voor Mazel te ontwerpen. Onder het motto « In Mazenzele geurt de Hop, Sint-Pietersgilde waakt erop » ontwierp hij de Hoppegroep.
Daarin beeldde Geén de Hop uit, die wij terugvinden in het Gemeentewapen van Mazenzele, welk dateert van 1843, een tijd toen de hop hier overvloedig werd verbouwd.
Voor het eerst trok in 1962 Mazels Gilde met haar 110 koppige stoet, mannen, vrouwen en kinderen, naar Keerbergen. Hoeft het gezegd dat, nadat zij vele jaren steeds de eerste prijzen wegkaapte voor de oudste vlag, breuk en gildearchief, zij nu telkens de eerste prijzen wist te behalen voor de mooiste groep.
Sindsdien kent haast gans Brabant de Mazelsgilde en zijn « Hoppegroep », want overal trad zij op, zelfs in Huizingen, toen de Koning en de Koningin met tal van andere magistraten proefden van het Mazels Gildebier.
De bekroning kwam in 1973 toen zij de organisatie van het Groot Brabants Gildefeest op zich nam, een feest dat op geen enkel gebied moest onderdoen voor al wat onze oude boogschuttersgilden aan glans en luister uit het verleden tentoonspreidden op hun Gildefeesten.
Dat zij eveneens als schutters hun man kunnen staan bewezen zij reeds menigmaal bij de jaarlijkse Gewestelijke Kampioenschietingen, waar zij reeds viermaal de titel wegkaapten, nl. te Zoutleeuw in '68, te Weerde in '71, te Mazenzele in '73 en in '74 te Duras.
De herinneringen aan al deze onvergetelijke dagen vinden wij nog terug in het Gildearchief dat zorgvuldig wordt bijgehouden en dat tussen de vele medailles, vlaggen, diploma's, reglementen, foto's en herinneringsschotels die de « Gildezaal » op het oude Gemeentehuis van Mazel sieren.
Tot daar deze bijdrage over de Mazelse Sint-Pietersgilde, waarover de grote bezieler der Brabantse Gilden, konservator Dr. Jan Verbesselt eens schreef :
« Wij kennen geen plaats in Vlaanderen waar de dorpsgemeenschap, het levende volk van nu, nog zo innig verbonden is met de geest van onze gilden. In Mazel is de Gilde gans het dorp! Het is een symbool! Klein is het dorp maar groot is de Gilde! ».
Inderdaad, groot is de Gilde ! Sinds jaren hebben wij getracht onze Mazelaars te overtuigen van de door hen ongekende maar uitzonderlijke rijkdom van haar Gilde, hen erop gewezen dat zij met haar eeuwenoude tradities en geplogenheden, de rijkste kroon uitmaakt op het eigen schoon, niet alleen van Mazenzele maar van gans het Brabants Gewest.
Heden mogen wij ons verheugen in haar grote populariteit die ze hier bij ons, maar ook bij vele buitenstaanders geniet. De tijd dat men haar nog na de eeuwwisseling smalend « de zotte Gilde » noemde is voorgoed voorbij en Mazel van nu zou Mazel niet meer zijn zonder zijn Sint-Pieters-gilde.
Moge het steeds zo blijven, zeker nu Mazel tot Groot-Opwijk behoort. Voor de 3e maal stapte de Gilde met hun Sint-Pietersbeeld biddend in de Sint-Paulusprocessie. Samen kunnen zij - Opwijk en Mazenzele - de één met haar eeuwen­oude Sint-Pietersgilde, de andere met haar vermaarde Sint-Paulusprocessie, aan onze nieuwe gemeente een luister geven waarop geen enkele andere West-Brabantse gemeente nog bogen kan.
 

Geschiedenis > 20ste eeuw