De leden
van de hand van Leo De Nil 1978


Wat nu de leden der Gilde betreft : deze mochten en mogen nu nog slechts bestaan uit gehuwde mannen (de Gilde is en was immers een mannengilde) die hun kristelijke plichten volbrengen.
Elk lid dient bij zijn intrede onder de wip met pijl en boog in de hand de volgende eed af te leggen : « Ik belove en zweer dat ik zal getrouw zijn aan onzen heiligen patroon Sint-Peeter, voorders Hoofdman en Ouderlingen dezer Gilde, onderdanig te zijn in het onderhouden van alle privilegieën dezer Gilde, jaarlijks aan mijne paasplicht voldoen, voorders schieten om de koningsvogel ter aarde te brengen naar mijn uiterste best. Zo moet mij God helpen en al zijne heiligen. »
In deze zéér oude eedformule zien we dat de Gildebroeders onderdanigheid zweren aan de Hoofdman en Ouderlingen, en kan de vraag gesteld : wie is de Hoofdman, wat zijn Ouderlingen en wie was destijds belast met de leiding der Gilde ?
Het moet ons niet verbazen dat wij in het huidige bestuur dezelfde functies terug vinden als deze welke wij aantreffen bij haar ontstaan wanneer zij op militaire leest geschoeid was en welke zij steeds heeft behouden.
Alzo staat aan haar hoofd geen voorzitter maar een Hoofdman die nu nog de aanvoerder of de bevelhebber der schutters is. Zijn wil is wet en zijn bevelen maakt hij over aan de Kapitein die instaat dat ze worden uitgevoerd door de manschappen. De kapitein is tevens belast met het handhaven der orde tijdens de uitstappen en feesten.
De Griffier maakt de akten op, past de boeten toe en houdt het archief bij. De Deken hield vroeger voor één jaar "de comme" der Gilde. Daar hieruit vaak betwistingen bij de overname gebeurden werd zijn taak overgenomen door de thesaurier of Penningmeester welke zorgvuldig in- en uitgaven noteert.
De Schrijver staat in voor het uitnodigen van de Gildeleden voor vergaderingen en uitstappen.
De berichten worden aan huis gezorgd door de Knaap. Samen hebben ze ook de verantwoordelijkheid en de zorg voor de Gildekledij.
Tot het Bestuur behoorden ook tot vóór enkele jaren diegenen welke men de « Ouderlingen » noemde.
Deze waren een aantal leden - steeds onpaar in getal - die zichzelf verkozen, t.t.z. wanneer een hunner uitviel door overlijden kozen zij zelf een opvolger.
Aan deze vorm van bestuur werd onlangs een einde gemaakt.
Verder behoren nog tot de Gilde naast de Gildebroers of de schutters, de trommelaars en vaandeldrager.
 

Geschiedenis > Leden